Artikel: 10 tips om beter te longeren

www.equilogic.eu www.equilogic.eu

10 tips om beter te longeren

Longeren is een zeer waardevolle aanvulling op de training. Niet alleen kun je hiermee conditie en de juiste spieren opbouwen maar ook kun je hiermee je paard overtollige energie laten kwijtraken.

Belangrijk is dat je paard uiteindelijk uit zichzelf correct loopt aan de longe, zonder bijzetteugels. Hij moet zelf de juiste houding en balans vinden doordat jij goed longeert en het paard zijn lichaam goed gebruikt!

1 Gebruik een zachte kaptoom, waardoor je het hoofd zacht in stelling of meer vooruit kunt vragen (neus voor de loodlijn). Het voordeel van een kaptoom is dat zowel de boven- als onderkaak beïnvloedt worden. Voor paarden die wat moeilijk hun kaak ontspannen adviseer ik een bit (zonder neusriem) zodat ze kunnen kauwen en daarmee hun kaak loslaten.

2 Gebruik nooit een longeerbitstukje! Hiermee trek je het hoofd in kanteling waarmee het paard onmogelijk correct kan lopen.

3 Alles staat of valt met het voorwaarts zijn dus zorg dat je paard steeds goed voorwaarts is. Bij energieke paarden is dit vanzelf het geval zodra je begint, flegmatieke paarden zal je moeten aanmoedigen, en veel belonen als ze actief met hun achterhand zijn.

4 Lichaamstaal: wil je een drijvende hulp geven, wijs dan met je navel achter de schouder. Wil het paard afremmen wijs dan met je navel voor de schouder.

5 Zorg dat je paard niet op de binnenschouder valt maar mooi op een volte meebeweegt dus een beetje stelling naar binnen, schouders naar buiten (eventueel met de zweep ernaar wijzen) en binnenachterbeen goed onder laten treden. De voorbereiding hiertoe kun je doen dmv grondwerk: de dressuuroefeningen aan de hand.

6 Gebruik je longe zoals je de teugels zou gebruiken, dus trek niet met je arm aan de longe voor een ophouding, maar beweeg zachtjes met  je vingers (je hand openen en sluiten). Anders breng je het paard iedere keer uit balans en op de voorhand.

7 Als je paard het goed doet blijf je gewoon op je plek staan. Dat zorgt ervoor dat het paard een constant contact met de longe kan houden en dit wordt meestal door het paard als prettig ervaren.

8 Als je daarbij je ‘longe hand’ van je lichaam af houdt (hou wel je armen ontspannen) vraag je het hoofd vooruit aan de middelste ring waardoor het paard zijn keelgebied opent. Samen met een actieve achterhand en lichte schouders zorgt dit doorgaans voor een paard dat netjes voorwaarts-neerwaarts loopt met een gelifte schoft, bolle rug en goed ondertredend achterbeen.

9 Vraag veel overgangen, ook met meerder gangen ertussen bijvoorbeeld van stap naar galop. Zorg dat de kaak hierbij ontspannen blijft door een ophouding te geven aan de longe tijdens de overgang. Zo is er minder kans dat je paard zijn rug wegdrukt.

10 Laat het paard niet naar je toekomen als je halt houdt, wijs eventueel met de zweep richting hals om hem op afstand te houden. We willen namelijk ook vanuit halt overgangen maken, en dan zal het paard vanuit de longeervolte moeten vertrekken.

Tot slot: BELOON je paard zodra hij doet wat je van hem verlangt! Hoe weet hij anders dat dit is wat je bedoelt?

Wil je les over hoe je je paard correct kunt longeren zonder bijzetteugels of over grondwerk? kijk dan op www.equilogic.eu

share this item
facebook googleplus linkedin rss twitter youtube
More in this category: « Artikel: Vrij galopperen